Home - Gelderland - Culemborg


lijn

Makelaar Culemborg

Culemborg is een Betuwse stad in de provincie Gelderland, en tevens de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. De gemeente Culemborg telt ruim 27.000 inwoners. De plaats is gelegen aan de Lek en heeft ook een jachthaven voor de watersport.

Geschiedenis Culemborg

Culemborg ontstond aan de Lek rond een niet meer bestaand kasteel, dat de Heren van Beusichem in het begin van de 13de eeuw hadden laten bouwen. Culemborg heeft een grote evolutie doorgemaakt: in 1318 kreeg het stadsrechten, het werd in 1555 door Karel V tot soeverein graafschap verheven en het was tijdens de Republiek een vermaarde vrijstaat.

De voormalige vestingstad heeft een eigenaardig stratenpatroon: bij de kruispunten kan men nooit recht in de volgende straat kijken, wat te danken of te wijten is aan de hoekhuizen. In de middeleeuwen werd deze techniek vaak toegepast om de steden beter te kunnen verdedigen.

Van de 14de-eeuwse ommuring zijn belangrijke stukken, zoals de Binnen- of Lanksmeerpoort en een fragment van een muurtoren, overgebleven. Langs de Studentengracht werd een groot gedeelte van de stadswal bewaard.

Culemborg is zeer aantrekkelijk vanwege zijn fraaie, historische panden. Het stadhuis, aan de wondermooie Markt, werd in opdracht van Elisabeth van Culemborg en haar tweede echtgenoot Antoine de Lalaing, graaf van Hoogstraten, door de beroemde Vlaamse bouwmeester Rombout Keldermans gebouwd (1534-1539). Het gebouw, met natuurstenen banden en trapgevels, werd opgetrokken in baksteen en draagt de karakteristieken van de laatste fase van de gotiek. De voorgevel is opgesmukt met zandstenen harnassen. De bordestrap, met twee stenen leeuwen die elk een schild dragen, dateert van 1755.

Andere belangrijke gebouwen zijn de Vismarkt, een classicistisch afslaggebouwtje uit 1787, het voormalige Stadhouders- of Drostenhuis (einde 15de eeuw). Huize de Fontein, het woonhuis van Jan van Riebeeck, die in 1652 de Kaapkolonie stichtte, Huis In de Keyser (1707) met een barok trappenhuis en de Franse School uit 1846.

De Grote of Sinte-Barbarakerk van Culemborg (Ned. Herv.), een gotische kruisbasiliek met zuilen, werd overdekt met houten tongewelven. Na een brand in 1422 werden het middenschip, het grootste gedeelte van het dwarspand en het koor verbouwd. De zijbeuken dateren van 1450. Het dwarspand werd ca. 1500 aan de noordzijde verlengd met de Onze-Lieve Vrouwkapel en omstreeks 1535 kreeg de zuidzijde het Kruiskoor of de sinte-barbarakapel. De toren verloor in 1564 zijn spits bij een brand. De grootste van de zevenenveertig beiaardklokken van de Grote Kerk werd door de Unie van Zuid-Afrika aan Culemborg geschonken. Op de plaats waar de gotische kapel van het Sint-Pietersgasthuis gestaan heeft, werd in 1839 de Lutherse kerk gebouwd, die kostbare kerkschatten bevat.

Uit de nalatenschap van Elisabeth van Culemborg werd het Sint-Elisabethweeshuis (1556-1559) gesticht. Het complex ligt rond een binnenplein en wordt betreden langs een hardstenen poort uit 1782 - 1785. Nu is in het voormalige weeshuis de Oudheidkamer ondergebracht. In de stad staat de grondzeiler Johanna (1878)en in de boerderij Van Leeuwenworden kaasbereidingsdemonstraties gegeven.

Culemborg is een provinciestad met een beschermd stadsgezicht. Het sfeervolle historische centrum met winkels, restaurants, eetgelegenheden en cafe's maakt een bezoek aan Culemborg de moeite waard. De naam Culemborg In de twaalfde eeuw was in Culemborg al een "burcht" en een "Kule" (moeras) waaruit vermoedelijk de naam Culemborg is ontstaan. In oude stukken wordt de naam Culemborg op tientallen manieren geschreven. De oudste "Kulenburg" dateert uit 1218. In 1317 wordt de "stadt Cuylenborgh" vermeld.

Historie Culemborg kreeg in 1318 stadsrechten. De stad bestond uit drie apart ommuurde delen. Vandaar de naam "Driestad". Op enkele plaatsen zijn de gerestaureerde stadsmuren nog te zien. Het sratenplan van Culemborg is uniek. Ter verdediging werden een aantal straten bij de kruisingen niet in elkaars verlengde gebouwd. Elke avond om vijf voor tien luidt de "papklok" een herinnering aan vroeger tijden. De stadspoorten werden namelijk om tien uur gesloten en iedereen moest dus voor die tijd binnen zijn.

Het Wapen van Culemborg

Gelijk aan het wapen van de familie van Culemborg. Het wapen is waarschijnlijk afgeleid van het wapen van Zuilen en is bekend sinds de 14e eeuw. Het wapen werd oa gevoerd door Gerrit van Culemborg (1379-1394) en Zweder van Culemborg, bisschop van Utrecht (1425-1433), gevierendeeld met een zwarte leeuw op een veld van zilver (het wapen Van der Leck, zie Berkenwoude). Bij de aanvraag in een brief van 7 juli 1815 gaf de burgemeester aan dat het wapen als sinds lange tijd door de stad werd gevoerd. De bijgevoegde tekening werd door de Hoge Raad van Adel overgenomen.

Culemborg wordt voor de eerste maal vermeld in twee charters d.d. 4 juli 1281. Het betreft de overeenkomst tussen Hubrecht van Bosinchem, erfschenker van het Sticht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht, waarbij Hubrecht van het kapittel een hoeve te 'Kulenburg', waarop zijn kasteel is gesticht, als vrij goed ontvangt in ruil voor anderhalve hoeve in het gerecht Lanxmeer, ten zuiden van de huidige stad  Culemborg gelegen.Op 21 november van hetzelfde jaar droeg Hubrecht van Bosinchem het slot, aangeduid met 'castrum dictum Culenburgh', op aan de Graaf van Gelre (Sloet nr. 1039) en ontving het in leen terug. Dit kasteel, dat of door Hubrecht, of door diens gelijknamige vader (gestorven 31 mei 1271) gesticht zal zijn, stond volgens Voet van Oudheusden ten westen van de huidige stad bij de voormalige Goilberdingerpoort. In 1314 wordt het kasteel vermeld als: 'het huis te Culenborch met 16 mergenland' (Arch. graven v. Cul. regest 39). De opkomst van Culemborg mag gesteld worden in de decennia rond het jaar 1300. ngetwijfeld hebben Hubrecht (gestorven 20 maart 1300 of 1301) en diens zoon Jan I (gestorven 29 september 1322), de ontwikkeling van de bij hun kasteel gelegen nederzetting sterk gestimuleerd. Volgens een acte van 1343 (Nijhoff. Gedenkw. I, nr. 399) 'maakten zij die stat van Culenborch'.Op 23 juni 13l0 gaf Jan van Beusichem het patronaatsrecht van de kerk van Culemborg over aan het kapittel van St. Jan te Utrecht (J. W. Berkelbach van de Sprenkel, Regesten Bisschoppen van Utrecht, nr.190). In de betreffende acte wordt vermeld, dat Jan deze kerk (St. Barbara) gebouwd had op eigen grond. Tegelijk met schenking werd de parochie Culemborg afgesplitst van het kerspel Beusichem.

Op sente nicolausdach' (6 december) 1318 verleende Heer Jan een privilegebrief aan 'de poorters tot Culemborg', die als eerste stadsrecht mag gelden. Op 30 april 1331 ontving Hubrecht (heer van Culemborg 1322-1347), zoon van Jan I, van de Graaf van Gelre het huis in leen,dat hij gebouwd had op de zijde van Culemborg aan de kant van Everdingen (Arch. grav. v. Cul.regest 83).

De plaats van dit huis is thans met zekerheid aan te wijzen aan de westelijke stadsgracht, op het terrein, waarop in de XVIde eeuw het Weeshuis is gesticht (zie Stadsmuren).

Volgens Voet van Oudheusden brak Jan II (1347-1377, zoon van Hubrecht) het in 1281 vermelde huis af en bouwde omtrent het midden van de veertiende eeuw een nieuw kasteel aan de oostzijde van de stad. Jan II noemde zich heer van Culemborg en van der Leck, ingevolge de belening met de heerlijkheid van der Lek na de dood van zijn moeder Jutte (1351), en vierendeelde zijn wapen: I en IV de drie zuilen en II en III een zwarte leeuw.

Omstreeks 1280 voerden de heren van Bosinchem het wapen Zuilen met verandering van kleur: drie zuilen van keel op gouden veld, in plaats van zilver en geplaatst in het rechter kanton van het wapen van Beusichem. Het tegenwoordige gemeentewapen vertoont de drie zuilen van keel op een gouden veld.Jan II werd opgevolgd door zijn broer Gerard I, die in 1394 overleed. Zijn opvolger, Hubrecht III geraakt in heftige strijd met Gravin Jacoba. Hij stierf kinderloos in 1422 en zijn broer Jan III volgde hem op. In de strijd, voortgekomen uit het Utrechtse schisma, stond Jan aan de zijde van zijn broer Zweder. In de nacht van 23 februari 1428 trachtte Rudolf van Diepholt de stad te overrompelen en Zweder - die men tevergeefs getracht had te vergiftigen -, in handen te krijgen. De aanslag mislukte en Jan van Buren, proost van Aken en Sint Marie, werd door de burgers gevangen genomen en op de visbank op letterlijke wijze aan moten gesneden.

 
© WWW.WOONSTART.NL 2012